Op de werkvloer

In: Nieuws

Stel, een automobilist heeft er geen notie van dat zijn/haar uitlaatgassen bezig zijn de aarde op te warmen. Of stel, die automobilist heeft daar wel degelijk notie van maar het kan hem/haar eigenlijk niks schelen. Want iedereen doet het immers. Wat heeft zo iemand er dan aan dat er een ‘verhaal van Shell’ bestaat, dat het ontstaan vertelt over het “te” van fossiele industrie en automobilisme? Dat trekt hij/zij zich pas aan wanneer, net als bij het rookvrij maken van de openbare ruimte, er landelijke actie ondernomen wordt waarin dat ontstaansverhaal misschien een rol speelt, maar die verder ‘gewoon’ wordt uitgerold middels regels en wetten, die paal en perk stellen aan fossiele brandstofgebruik. Waar o waar komt dan dat ontstaansverhaal te pas?

Zo gesteld wordt zo’n verhaal een lachertje. Op de eerste plaats is de verteller van een verhaal dat Shell op zijn vingers tikt hard toe aan zijn of haar ontslag. Een faliekante miskleun, die het woord ‘kunst’ niet heeft begrepen. Een ontstaansverhaal kan pas zo’n stamcel zijn die helend werkt, zodra iedere vermaning of kritiek in een kunstzinnige context staat. Waarbij elk verwijtend vingertje, in dit geval voor ofwel Shell, of voor zijn klanten, de toon van het verwijt ontstijgt in een subjectieve of mystieke taal van het alsof.

Doet me denken aan dat schilderij in het Maurishuis. Een zwarte jongen staat daarop afgebeeld als knechtje naast zeer rijkelijk geklede dames. Het schilderij is mooi, dat werd als eerste vastgesteld door een paar museumdirecteuren in een programma op tv. Maar dan, wat te denken van dat slaafje? Even mooi geschilderd, hoewel zonder rijke kleding. Maar niemand onder de museumdirecteuren wees het schilderij om reden van dat slaafje naar de prullenmand. Of nog zoiets. Ovidius’ Metamorfosen, een ellenlang verhaal dat stijf staat van de foute handelingen, meestal verricht door mannen, maar dat desalniettemin tot de hoogste kunst gerekend wordt en dat na twee millennia nog steeds gretig wordt gelezen.

Voor die meneer/mevrouw in zijn/haar milieuvervuilende vervoer geldt niet dat hij/zij zijn of haar Ovidius (het Shell-verhaal in dit geval) nog maar eens moet lezen om tot betere gedachten te komen over onze gemeenschappelijke onverschilligheid, maar wel dat zo’n verhaal de toon van ons verwijt aan Shell een andere dimensie geeft. Een dimensie die je niet vermijden wil omdat er schoonheid, liefde, naastenliefde misschien zelfs wel, uit spreekt.

Die zwarte jongen op dat schilderij is één ding, dat schilderij-als-kunst een ander ding. Pas als de verschrikkingen van het bestaan hun weg gevonden hebben naar de kunst, pas dan kan in ons denken de ruimte komen die ons ervan helpt genezen. PTSS-ervaring herbeleven heeft niet de minste zin als er geen vorm gegeven wordt waarin voor ieder mens die ervaring herbeleefbaar wordt gemaakt. Kunst is een geëigend medium daarvoor.

Wat is het belang van een ontstaansverhaal, door een kunstenaar gemaakt, waar het gaat om een bedrijf als Shell? Het belang van zo’n verhaal is dat ‘Shell’ betekenis krijgt als een gedeeld bezit. Als een personage, in het domein getild van het fictieve, dat we, mét misstappen en uitglijders, kunnen liefhebben. Als verhaal wordt een bedrijf als Shell tot geestelijk bezit wordt van ons allemaal.